Bijdrage van Rein Bertlein, Amsterdam.
Te horen in Praattafel #008.

Zie ginds kwam de stoomboot uit Spanje weer aan: Sinterklaas en zijn maten.
Omdat Nicolaas de schutspatroon van de zeevaarders was, werd Nicolaas vooral in havensteden zoals Antwerpen en Amsterdam tot patroonheilige gepromoveerd. In Nederland stuitte het sinterklaasfeest na de Reformatie op protestantse bezwaren tegen de katholieke heiligenverering.

Protestantse predikanten probeerden het feest af te schaffen, omdat zij het als een katholiek bijgeloof veroordeelden. Rond 1600 werd het bijvoorbeeld in Delft verboden om deze feestdag te vieren. Ook de kerkhervormer Maarten Luther verzette zich tegen het sinterklaasfeest. Onder invloed van deze weerstand veranderde het sinterklaasfeest in Nederland van een religieus feest naar een volksfeest. In België bleef het religieuze karakter daarentegen langer behouden.

In de late 18e eeuw werd het sinterklaasfeest een onderdeel van de opvoeding en kreeg het een volwaardige plaats in het onderwijs en in het gezin. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw begon Sinterklaas in persoon zijn opwachting te maken in de maatschappij. Tot dan toe was hij slechts een mythisch persoon geweest, wiens giften in de schoentjes begin december weliswaar van zijn aanwezigheid getuigden, maar die verder niet zichtbaar was.

De geografische herkomst van de folkloristische Sinterklaas is volgens de huidige Nederlandse traditie niet meer Klein-Azië of Italië, maar Spanje. Waarom dat zo is, is onduidelijk.

Van oudsher wordt in sinterklaasliedjes niet gezegd dat Sinterklaas zelf uit Spanje komt, maar dat hij naar Spanje reist om lekkernijen te halen. In het oudst bekende voorbeeld reist Sinterklaas naar Amsterdam en gaat vervolgens in Spanje sinaasappelen en granaatappelen halen. De onderwijzer Jan Schenkman was de eerste die Sinterklaas met de stoomboot uit Spanje naar Nederland liet komen, zoals dat nog steeds gebeurt. Schenkman introduceerde ook de knecht die later Zwarte Piet zou gaan heten.

Zwarte Piet is, volgens het gebruikelijke verhaal, een Moorse wees die door de heilige werd geadopteerd. Als knecht van Sinterklaas brengt hij de roe of geschenken. De roe is een oud-Germaans symbool voor vruchtbaarheid. Zwarte Piet is dus eigenlijk ook een erotische figuur, het schoorsteen vegen een seksuele metafoor. Met zijn Moorse dracht is Zwarte Piet een voortzetting van de figuur van de Moorse bediende, die oriëntaalse sensualiteit suggereert. Hij is bijna altijd klein van stuk hetgeen dienstbaarheid en knechtschap benadrukt en kinderlijkheid suggereert.

In de figuur van Zwarte Piet is de zwarte demon bezworen en geknecht door een christelijke heilige, door een bisschop die bepaald wanneer en hoe Zwarte Piet mag optreden: als brenger van giften of als straf.

Onder invloed van het onderwijs en later de commercialisering en de massamedia ontstond een standaardisatie van het feest, dat hierdoor gaandeweg zijn huidige vorm kreeg. Echter: niet iedereen is er blij mee.

Niet alleen de kinderen, maar heel Nederland is dan ook dezer dagen weer in rep en roer.  Albert Heijn verkoopt geen chocolade Sinterklaaspoppen meer, en zeker geen zwarte Pieten. Op die manier hebben ze zich aan een discussie onttrokken die overal in het land welig tiert. Mogen de Zwarte Pieten nog echt zwart zijn – met of zonder dikke lippen, kroeshaar en gouden oorringen? – of moeten ze voortaan als roetpiet met vegen op het gezicht door het leven gaan.

Vanaf 2011 wordt dan ook bij de intochten van Sinterklaas in Nederland geprotesteerd. Onder andere met T-shirts met daarop de tekst ‘Zwarte Piet is racisme’ of ‘Kick Out Zwarte Piet’. Ondertussen worden de meestal gekleurde actievoerders door witte Nederlanders tegengehouden zoals in 2017 bij Dokkum waar de ‘blokkeerfriezen’ onder het thema “Ik schaam mij niet voor Zwarte Piet! Stop de kinderfeest haters!” op de snelweg de doorgang versperden .

In de grote steden met zijn multiculturele bevolking wordt zwarte Piet als ‘stereotype’ figuur en als symbool van slavernij gezien, anderen – vooral op het platteland –  zien de acties als een bedreiging van het Nederlands erfgoed. De kinderen zal het worst wezen: Carnavaleske verkleedpartijen, intochten, feestjes met snoep en cadeautjes – als dit maar niet veranderd, dan zijn de kleine Hollanders allang tevreden.

En in die hele discussie heb ik ook nog nooit het voorstel zien voorbijkomen, dat er dan ook maar een Zwarte Sinterklaas geïntroduceerd zou moeten worden! Dan hadden we een Zwarte Sinterklaasdiscussie en wellicht een Witte Pietendiscussie!

Een Zwarte Sinterklaas – helemaal zo’n gek idee nog niet. Kwam de historische bisschop Nicolaas van Myra, waarna de Sint gemodelleerd is, dan niet uit Klein-Azië waar de mensen meestal ook niet al te wit zijn. Het personage van Sinterklaas als een statige oude man met witte baard en dito haren, rode mijter en mantel heeft waarschijnlijk dan ook weinig van doen met de historische Goedheiligman. Een tijd lang werd Sinterklaas in de Noordelijke Nederlanden dan ook als boeman of kinderschrik daadwerkelijk uitgedost als een afschrikwekkende zwarte man met kettingen aan zijn voeten of met narrenbelletjes. Deze Sinterklaasgestalte gaf snoepgoed aan brave kinderen en intimideerde ongehoorzame kinderen om hen tot gehoorzaamheid te bewegen. Als zodanig vormt hij in feite de voorloper van Zwarte Piet. Op de Waddeneilanden bestaan nog steeds Ouwe Sunderklazen of Klaasooms met zwartgemaakte gezichten of maskers op.

Vandaag de dag is het Sinterklaasfeest zodoende meer dan alleen een kinderfeest: het vormt enerzijds de uitlaatklep van een calvinistische cultuur die de laatste der Roomse heiligen eert met een gebeuren, dat zich als een jaarlijks psychodrama op verschillende niveaus voltrekt, maar staat tevens symbool voor een niet verwerkt verleden – het Nederlands kolonialisme, het slavernijverleden en het alledaags racisme.

De Franse filosoof Jean-Paul Sartre schreef in zijn studie over “het joodse probleem” ooit: “Vraag niet wat de joden zijn, maar wat wij van de joden hebben gemaakt”. Deze vraag is ook ten aanzien van de beeldvorming over zwarte mensen van belang, het beeld van witten over zwarten.

De Nederlandse overheid gaat deze uit de weg, stuurt liever politie en de ME af op diegenen die de vraag stellen. Om over dit psychodrama heen te komen zou allen met elkaar praten, met elkaar in dialoog treden, uitkomst kunnen bieden. Dat zou niet alleen escalatie voorkomen maar tevens voorkomen, dat de strijd op straat en over de ruggen van onschuldige kinderen gevoerd zou worden. Inderdaad: Sinterklaas meer dan een kinderfeest!